Onbetaalbaar

Wat een genot. Kinderen op het plein voor onze tent: op een camping in waar wij de enige niet Spanjaarden zijn; herkenbaar aan onze uitzonderlijke rood-witte nummerplaat.

Na een voor mij onverstaanbare mededeling schallend uit de luidsprekers, het schitteren van de kleuren van het materiaal dat wordt uitgestald op de tafels onder leiding van een begeleider, denk ik aanvankelijk dat er zal gaan worden geknutseld. De toewijding, de serieuze blikken bij de met name jongens aan de slag gaan, verwondert me.  Een zorgvuldig gevulde voet van parasollen, het zitten aan één kant van de tafels en tenslotte het roepen naar voorbijgangers bevestigen mijn latere vermoeden dat ze ‘dinero‘ maken.

Ik twijfel om naar ze toe te gaan, voor ik naar ze toestap heb ik een verlegenheid te overwinnen omdat ik de taal niet spreek en omdat ik, naar mijn Calvinistische waarden, liever geen prullaria wens te kopen. Drogredenen zijn het, blijkt later wanneer mijn nieuwsgierigheid het heeft gewonnen van mijn angst om teleur te stellen en niet verstaan te worden. De kinderen hebben broches gemaakt, molentjes van plastic en papier, beeltenissen van de molen die de camping zijn naam gaf, en er zijn ‘ribas’ te koop om mee te dingen naar een gewilde O Muino-hoed of -shirt. Ik voel me goed om het commitment en dit enthousiasme aan te moedigen met het kopen van 2 lootjes.  Het gesprek vindt in het vloeiend Spaans en gebroken Engels plaats, opnieuw een bewijs dat de ontmoeting zelf de taal is waarmee ik kan wil spreken.

Ons lezen en schrijven gaat door, tot er een man naar onze tent toeloopt met in zijn hand een geknutseld O Muino-molentje, een die ik voor geen geld nog niet had willen aanschaffen. Ik herken hem. Hij stond bij de verkoop en probeerde een taal-schakel te zijn tussen de kinderen en mij. Met Google translate maakt hij duidelijk dat de molen in zijn hand een geschenk is, een teken van dank.  Hij typt verder op zijn telefoon ’Uw welwillende aandacht bevestigt een gezamenlijke verantwoordelijkheid en hoop in onze kinderen. Ik stamel een accentvol ‘Gracias’, meer woorden vind ik niet.

muinomolentje

Met mijn handen vorm ik een hart naar de kinderen die toegekeken hebben, ik krijg hartjes terug. Zo universeel en onbetaalbaar is liefde in de aandacht die gegeven wordt.