Apenrots

Niet heel verwonderlijk, maar werkelijk alle emoties hebben de afgelopen tijd de revue gepasseerd. Ik heb me verward, angstig en gedesoriënteerd gevoeld. Tegelijk voel ik  me ook dankbaar voor de rust, het stilstaan bij het leven en de nieuwe creatieve energie die stroomt. De afgelopen dagen was ik vaak gefrustreerd over mijn vrijheid die wordt beperkt, wat mijn verdriet blijkbaar maskeert voor het verlies van wat niet meer spontaan kan zijn. 

Toekomstverdriet, een woord gebruikt door Ronald Griphart in een recente tweet, vind ik de beste manier om het verlies van mijn beelden van wat ik verwachtte te omschrijven. Het stelt mij voor plotse keuzes in het mij verhouden tot die andere en onzekere toekomst. Het opvoeden van mijn dochter straks zal in een andere wereld zijn dan ik had gedacht. Ik kom er achter wat ik echt belangrijk vind in werk en leven. En zoek met name het anders vormgeven van nabijheid; zonder werkelijk contact. Dit gemis raakt mij in mijn ziel en vervreemd me van de gewone dingen dat ik misschien niet voldoende koesterde.

De apenrots, Diergaarde Blijdorp, Rotterdam

Ik moest denken aan een soortgelijk, mij bekend gevoel; het verlies van beelden van het verleden. Beelden van het verleden kunnen ook makkelijk romantischer worden voorgesteld; als een vaststaand feit waardoor er heimwee kan ontstaan naar hoe het was. Een fijn, maar tegelijk een beklemmend gevoel van verwijdering van wat was terwijl je er naar toe terug wil gaan; het voedt je verlangen naar het ervaren geluk. 

Tegelijk weet je ook dat het niet meer is en het geeft soms twijfel of het wel ooit werkelijkheid was. 

Dat had ik met de apenrots in Diergaarde Blijdorp. Ik dacht dat mijn zoete herinnering aan rode apenbillen op een machtige rots een deel was van een zelf gecreëerd beeld. Bij herhaaldelijke bezoekjes aan de tuin vol jeugdherinneringen, vond ik het niet. Mijn zoeken stopte. De apen op een rots, heeft het überhaupt ooit bestaan? Zal dit gevoel straks na de crisis ook overheersen, dat hetgeen waardevol voor mij was slechts een schaduw geeft? 

Het antwoord vond ik op een mooie septemberdag. Achter de hekken bij een van de vele speelgedeeltes vond ik de magische plek van mijn herinneringen terug. Vervallen, begroeid, nu het hol van de vos en daarom nog mooier dan dat het was. De apenrots was geen verzinsel, ze staat er nog! Een kinderlijk soort blijdschap en verwondering voor de bevestiging van dat het écht was, kwam over mij heen. 

Dat de rots werkelijk heeft bestaan en er nog is geeft mij gek genoeg weer houvast aan het goede wat niet vergeten mag. Ook de beelden van de toekomst hoeven niet te verdwijnen, ze geven richting. De beelden zullen verschuiven, begroeien, voor andere doelen ingezet worden, maar het doet niets af aan de rots, die de blik naar boven richt. 

Onbetaalbaar

Wat een genot. Kinderen op het plein voor onze tent: op een camping in waar wij de enige niet Spanjaarden zijn; herkenbaar aan onze uitzonderlijke rood-witte nummerplaat.

Na een voor mij onverstaanbare mededeling schallend uit de luidsprekers, het schitteren van de kleuren van het materiaal dat wordt uitgestald op de tafels onder leiding van een begeleider, denk ik aanvankelijk dat er zal gaan worden geknutseld. De toewijding, de serieuze blikken bij de met name jongens aan de slag gaan, verwondert me.  Een zorgvuldig gevulde voet van parasollen, het zitten aan één kant van de tafels en tenslotte het roepen naar voorbijgangers bevestigen mijn latere vermoeden dat ze ‘dinero‘ maken.

Ik twijfel om naar ze toe te gaan, voor ik naar ze toestap heb ik een verlegenheid te overwinnen omdat ik de taal niet spreek en omdat ik, naar mijn Calvinistische waarden, liever geen prullaria wens te kopen. Drogredenen zijn het, blijkt later wanneer mijn nieuwsgierigheid het heeft gewonnen van mijn angst om teleur te stellen en niet verstaan te worden. De kinderen hebben broches gemaakt, molentjes van plastic en papier, beeltenissen van de molen die de camping zijn naam gaf, en er zijn ‘ribas’ te koop om mee te dingen naar een gewilde O Muino-hoed of -shirt. Ik voel me goed om het commitment en dit enthousiasme aan te moedigen met het kopen van 2 lootjes.  Het gesprek vindt in het vloeiend Spaans en gebroken Engels plaats, opnieuw een bewijs dat de ontmoeting zelf de taal is waarmee ik kan wil spreken.

Ons lezen en schrijven gaat door, tot er een man naar onze tent toeloopt met in zijn hand een geknutseld O Muino-molentje, een die ik voor geen geld nog niet had willen aanschaffen. Ik herken hem. Hij stond bij de verkoop en probeerde een taal-schakel te zijn tussen de kinderen en mij. Met Google translate maakt hij duidelijk dat de molen in zijn hand een geschenk is, een teken van dank.  Hij typt verder op zijn telefoon ’Uw welwillende aandacht bevestigt een gezamenlijke verantwoordelijkheid en hoop in onze kinderen. Ik stamel een accentvol ‘Gracias’, meer woorden vind ik niet.

muinomolentje

Met mijn handen vorm ik een hart naar de kinderen die toegekeken hebben, ik krijg hartjes terug. Zo universeel en onbetaalbaar is liefde in de aandacht die gegeven wordt.

Mijn verhaal

De naam ‘Verwonder!’ is ontstaan door een belangrijke les die mijn opa mij leerde: ‘Oordeelt niet, verwondert u slechts.’  Dit is voor mij een uitnodiging om volledig, open en een onderzoekend mens te zijn. De verwondering manifesteert zich in de ontmoeting met de ander. Daarom stel ik veel vragen. Ik ‘wonder’ om ander te helpen om in de persoonlijke bezieling te gaan staan door middel van verhalen.

Deze bezieling geeft ruimte aan verwondering. Verwondering geeft openheid en kracht.

De bezieling moet woorden krijgen. De mens is en heeft een verhaal dat gehoord en bewonderd moet worden!